Structuur en proces

Anders dan bijvoorbeeld Van de Vliert en Wilmot en Hocker benadrukken Folger, Poole en Stutman de interactie tussen partijen als onderdeel van het conflict, waarmee ze willen aangeven dat een conflict niet statisch is maar dynamisch. Conflictdefinities die zich concentreren op de bronnen van het conflict en de wijze waarop die het gedrag van partijen beïnvloeden, passen binnen het structuurmodel, definities die het dynamische en cyclische verloop van een conflict weergeven en daarbij de gevolgen van bepaald gedrag beschrijven, passen binnen het procesmodel.

Van de Vliert (1997a) heeft een poging gedaan deze beide benaderingen te integreren in één model, het zogenaamde escalatiemodel:

“Dit overstijgende model plaatst de conflictpartijen niet alleen in een serie van gebeurtenissen (procesmodel) en in een web van krachten (structuurmodel), maar beklemtoont tevens het deëscalerende respectievelijk escalerende karakter van allerlei vormen van spontane en strategische conflicthantering” (p. 988).

Het ‘web van krachten’ wordt gevormd door de antecedente condities. Binnen organisaties worden hiertoe gerekend: organisatiekenmerken (zoals de organisatiecultuur, managementstijl, etc.), persoonskenmerken (neiging tot agressief optreden, persoonlijke conflictstijlen) en relatiekenmerken (verschillen in leeftijd, ambitie, opleiding, ervaring, status, etc.). Deze antecedente condities kunnen aanleiding geven tot een conflict (zodra één van beide partijen zich ergert of zich gedwarsboomd voelt), maar zolang dit nog niet het geval is, kan hooguit gesproken worden van het bestaan van een latent conflict.

Uit de antecedente condities kunnen conflictkwesties voortkomen: verschillen van inzicht over de inzet van schaarse middelen, over te volgen procedures, over de te behalen doelstellingen, over de wijze waarop doelstellingen gehaald dienen te worden of over het antwoord op de vraag of bepaald gedrag gewenst is in het licht van de functie (rol) die een organisatielid heeft . Conflicterende opvattingen over dit soort kwesties beïnvloeden het gedrag van organisatieleden. Dit gedrag kan het conflict doen escaleren of deëscaleren.
Partijen in een conflict kiezen soms bewust voor bepaald gedrag (strategische motieven), soms is het gedrag spontaan. Het gedrag heeft altijd invloed op het verdere verloop van het conflict: het beïnvloedt de antecedente condities, de conflictkwesties en ook nieuw gedrag.