Onderlinge afhankelijkheid
Conflicten ontstaan alleen als partijen onderling afhankelijk zijn. Hun
activiteiten, doelstellingen en belangen zijn aan elkaar gerelateerd in
die zin dat partijen van oordeel zijn dat de activiteiten, doelstellingen
en belangen van de ander interfereren met de eigen activiteiten, doelstellingen
en belangen. In de eerder gegeven definitie van Wilmot en Hocker en die
van Folger, Poole en Stutman wordt expliciet het woord ‘interdependent’
gebruikt. In de definitie van Van de Vliert zit de notie van interdependentie
opgesloten in het woord ‘dwarsbomen’ en bij Rubin, Pruitt
en Kim (1994) in het begrip ‘simultaneously’ (gelijktijdig):
“Conflict means perceived divergence of interests, or a belief
that the parties’ current aspirations cannot be achieved simultaneously”(
p. 5).
De onderlinge afhankelijkheid van partijen kan op verschillende manieren
ingevuld zijn. In veel definities van conflict wordt gesteld dat partijen
hun doelstellingen als ‘incompatible’ ervaren: als één
van de partijen zijn doelstellingen behaalt, betekent dat dat de kans
dat de ander dat ook doet, aanzienlijk kleiner of nihil is. In de game
theorie wordt dit soort situaties als een zero-sum game gekwalificeerd:
winst voor de één betekent automatisch verlies voor de ander.
De vraag is of (door partijen ervaren) incompatibiliteit van doelstellingen
een noodzakelijke voorwaarde is voor een conflict. Deutsch (1973) stelt
dat dit niet het geval is. Hij maakt een onderscheid tussen competitieve
en coöperatieve doelstellingen. Competitieve doelstellingen zijn
doelstellingen die negatief gerelateerd zijn aan de doelstellingen van
de andere partij: het behalen van de doelstellingen door de één
maakt het behalen van de doelstellingen door de ander moeilijk of onmogelijk.
Een voorbeeld: twee medewerkers solliciteren naar dezelfde vacature binnen
een organisatie. Als A een zeer goed sollicitatiegesprek voert en de sollicitatiecommissie
weet te overtuigen van zijn geschiktheid, betekent dit voor B dat zijn
kansen om de functie te krijgen sterk gereduceerd zijn. Als A het sollicitatiegesprek
verprutst, geldt dat B’s kansen om de baan te krijgen groter worden.
Deze situatie creëert een competitieve context waarin conflicten
gemakkelijk ontstaan. Maar ook als A zijn doelstellingen gemakkelijker
haalt wanneer ook B zijn doelstellingen haalt (coöperatieve context),
kunnen conflicten ontstaan. Als A en B bijvoorbeeld beiden deel uitmaken
van een projectgroep dat tot doel heeft om het productieproces van een
organisatie te verbeteren, hebben zij hetzelfde doel. A kan echter van
mening zijn dat B’s voorstellen onvoldoende bijdragen aan het behalen
van dit doel. Met andere woorden: over de wijze waarop de gezamenlijke
doelstellingen gehaald dienen te worden, kunnen conflicten ontstaan. Competitie
en conflict zijn dus volgens de theorie van Deutsch niet twee begrippen
voor hetzelfde.